Generosus ad solidum

Generosus ad solidum
Solidariteit en vrijgevigheid van de bevolking aanmoedigen
binnen een wettelijk kader van transparantie

Nota goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de VEF van 15.01.2004

Inleiding

Een deel van het Belgisch verenigingsleven, dat de reputatie heeft bijzonder dynamisch te zijn, streeft altruïstische of menslievende doelstellingen na en verzamelt financiële middelen om deze doelstellingen te verwezenlijken : in de welzijnssector, de gezondheidszorg, de ontwikkelingssamenwerking en de humanitaire hulp, de cultuur, bescherming van het leefmilieu, van dieren, van het patrimonium, het respect voor mensenrechten, enz.
Hetgeen het privaat initiatief onderneemt in elk van deze domeinen, met vrijwilligers en beroepskrachten, met engagement en expertise, met doorzettingsvermogen en innovatie, en... met vallen en opstaan, zijn evenveel maatschappelijk relevante initiatieven die verdienen aangemoedigd te worden en financieel gesteund door de bevolking en door de overheid.

Het inroepen van waarden als solidariteit en van nobele of altruïstische gevoelens om beroep te doen op de vrijgevigheid van de bevolking, duldt geen enkel verraad.. Het inzamelen van fondsen stemt overeen met een vorm van contract tussen partijen, dat moet worden nageleefd. Zij die verwijzen naar zulke bijzondere doelstellingen, meestal om bepaalde gunsten te bekomen, zouden zich moeten onderwerpen aan bijzondere voorwaarden, met name op het vlak van de transparantie.
Tot op vandaag bestaat evenwel in België geen wettelijk kader, die naam waardig, die dit soort bijzondere voorwaarden codificeert.

Er zijn er altijd, van de kant van de verenigingen zowel als van de overheid, die zich in zulke situatie goed voelen. Het feit dat we in België tot op heden relatief gespaard zijn gebleven van schandalen, draagt daar zeker toe bij. Het vooruitzicht om onderworpen te worden aan een (bijkomende) controle, is zeker niet van die aard om verenigingen aan te moedigen zelf een initiatief in deze richting te nemen. Hoe kunnen wij trouwens het kaf van het koren scheiden op een domein dat politiek en maatschappelijk zo gevoelig ligt als het recht op vereniging ?
Nochtans stellen burgers zich vragen en drukken zij hun twijfels uit; pers en media berichten soms over vermoedens en gaan, minder vaak, over tot een onderzoek te gronde; parlementsleden kaarten sommige dossiers aan onder de vorm van vragen aan een of andere minister; de verenigingen wijzen wel eens een "dubieuze organisatie" met de vinger aan en zouden willen dat zij verbod krijgt om nog langer fondsen te werven, maar zijn niet altijd bereid algemene normen te aanvaarden waarop dergelijk verbod kan gebaseerd worden.
De dag dat een echt schandaal zou uitbreken, zullen we met z’n allen vaststellen dat we niks hebben ondernomen , in tempore non suspecto , om het te voorkomen , hetgeen altijd te verkiezen is boven de beteugeling.

De promotie van solidariteit en vrijgevigheid van de bevolking binnen een wettelijk kader van transparantie. Het is in deze geest en in het vooruitzicht van een overleg tussen verenigingen en wetgever, dat wij hierna een reeks min of meer precieze bedenkingen en voorstellen formuleren.
Dit werkstuk is ondermeer gebaseerd op het onderzoek van 3 parlementaire initiatieven sedert 1988, op onze ervaringen binnen de Contactgroep Giften (2001-2002) en op een beperkt overleg binnen de sector gedurende de voorbije weken.

Met deze bedenkingen en voorstellen brengt de VEF een zekere consensus naar voren met een zekere representativiteit , maar neemt zij voor dit alles , in fine , alleen de verantwoordelijkheid op.

1. Situatieschets in België

Zie ook bijlage 1.

§ De wet op de v.z.w.’s geeft rechtspersoonlijkheid, met haar rechten plichten , aan enkele tienduizenden verenigingen, maar is helemaal geen wettelijke voorwaarde om aan fondsenwerving te doen.
§ De toelating tot fiscale vrijstelling voor giften behelst 1700 instellingen : de verenigingen verwijzen graag naar de effectieve controle die aan deze toelating gekoppeld is als een "waarborg" van ethiek en betrouwbaarheid.
§ Een Koninklijk Besluit van 22 september... 1823 regelt de collectes aan huis voor alsmaar minder liefdadigheidsorganismen die van deze methode gebruik maken. Overigens dekt het toepassingsveld al lang niet meer alle "goede doelen" waarvoor op legitieme wijze oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking worden georganiseerd.
§ Om tegemoet te komen aan de onvolkomenheden van het KB van 1823, werd soms beroep gedaan op de bepalingen van het KB van 28 november 1939 en van de wet van 13 augustus 1986 betreffende de leurhandel, beiden evenwel moeilijk bruikbaar.
§ Strafrechterlijke bepalingen in verband met "misbruik van vertrouwen", "verduistering" of "bedrieglijke publiciteit" laten weliswaar beteugeling toe van bepaalde vormen van misbruik, maar hebben nauwelijks een preventief effect.

Inzamelingen op de openbare weg ontsnappen dus aan elke vorm van eenvormige en efficiënte regelgeving, waarbij de gemeentelijke overheden uiteindelijk, elk op hun manier, een eigen politionele bevoegdheid uitoefenen .

Tenslotte heeft het verenigingsleven een relatieve explosie en een grondige evolutie gekend. Het volgde daarbij een algemene tendens sedert de jaren zestig : secularisering, professionalisering en internationalisering.

§ Een aantal activiteiten die verbonden waren met de uitoefening van de eredienst en die in dat kader geregeld waren, zijn verschoven naar de publieke sfeer, zonder wettelijke regeling.
§ De moderne methodes voor fondsenwerving , vaak gebaseerd op nieuwe technologieën en op verkoopstechnieken van commerciële oorsprong , maar daarom niet minder legitiem, beperken zich niet langer maar tot inzamelingen aan huis of op de straat en vallen dan ook meestal niet onder de zeldzame bestaande wettelijke bepalingen.
§ "De mondialisering van de solidariteit", de grensoverschrijdende dynamiek van verenigingen, van methodes en van technologieën, met name in verband met fondsenwerving, vergen eigenlijk een coördinatie en harmonisering op supranationaal vlak van nationale wettelijke kaders die ruimschoots onbestaande zijn...

Kortom : het ontbreekt in België aan een specifieke, moderne en aangepaste regelgeving met betrekking tot de solidariteit en vrijgevigheid van de bevolking, die in staat is om maximale waarborgen te bieden aan de burger-schenker en aan de overheid, zonder inbreuk te plegen op het grondwettelijk recht op vrijheid van vereniging.

Dit juridisch vacuüm wordt deels opgevuld door vrijwillige gedragscodes, zoals deze van de Vereniging voor Ethiek in de Fondsenwerving. Dit privaat initiatief heeft de verdienste te bestaan, maar kan niet in de plaats worden gesteld van een algemeen kader dat bindend is voor elke vereniging of elk initiatief dat beroep doet op de vrijgevigheid van de bevolking.

Voor zover wij weten werden de voorbij 15 jaren hieromtrent 3 parlementaire initiatieven genome, maar geen enkel wetsvoorstel raakte de kaap van de commissie voorbij :
§ volksvertegenwoordiger R. Jérôme (doc. 328/1 S.E. 1988);
§ volksvertegenwoordiger D. Grimberghs (doc. 548/1 , S.E. 1991-1992);
§ volksvertegenwoordigers J.P. Viseur en J. Tavernier (doc. 912/1 , 1996-1997).

Wij trachten uit het werk van elke van deze parlementsleden voordeel te halen.

2. Situatieschets in het buitenland

Een eerste vluchtig onderzoek naar het bestaan van wetten of regelgeving in andere Europese landen heeft ons nauwelijks iets opgeleverd. Het enige wettelijk kader lijkt te bestaan in het Verenigd Koninkrijk en is gebaseerd op een Charity Law uit... 1601. Andere landen, zoals Nederland, kennen een parapubliek stelsel met een vrijwillige certificatie verzekerd door een privaat organisme (Centraal Bureau Fondsenwerving). In de meeste landen is zelfregulering de regel...
Het is eenvoudiger om inlichtingen in te winnen over de systemenvoor belastingsaftrek voor giften, overigens erg verschillend van land tot land. Doorgaans houdt de toekenning ervan ook controles in, hetgeen op zijn beurt vaak een "minimale reglementaire sokkel" betekent voor diegenen die er beroep op doen.
Dit hoofdstukje verdient een diepgaander onderzoek.

3. Principes et modaliteiten vanuit het oogpunt van de verenigingen

§ De filosofie van een wettelijk kader kan niet zijn normen op te leggen . Daarentegen moet het gaan om de organisatie van transparantie, teneinde de burger-schenker toe te laten met kennis van zaken zijn keuze te maken. Hoe kunnen immers objectieve, klare en eenduidige criteria worden opgelegd aan bijzonder gediversifieerd activiteiten en aan de creativiteit en het dynamisme van een bijzonder heterogene sector, onderworpen aan de regels van een competitieve markt en aan voortdurende evolutie ?

§ Vandaar het belang van overleg met de vertegenwoordigers van de sector om een goed begrip van de specificiteit ervan te waarborgen.

§ De doorzichtigheid (van de rekeningen) vereist een onderscheid naargelang het niveau van verantwoordelijkheid, van verantwoording en van publiciteit van de gegevens. Het komt erop aan een "getrapte transparantie" aan te houden, met respect voor de rechten en plichten van de onderscheiden niveaus. Zo heeft een algemene vergadering een essentiële controleverantwoordelijkheid binnen een vereniging, gekoppeld aan haar bevoegdheid om kwijting te geven aan de beheerders, waartegenover een verschillend en geprivilegieerd recht op informatie moet staan, vergeleken bij het recht op informatie van een burger-schenker of de pers.
Het is de rol van de overheid om dit recht op informatie, alsook de waarheid en juistheid van de cijfers te waarborgen en organiseren, hetgeen een vorm van controle inhoudt.

§ De regel zou moeten zijn dat enkel rechtspersonen zonder winstoogmerk erkend worden (vzw’s, stichtingen, internationale verenigingen...), maar met voldoende ruimte voor civiele initiatieven (individueel zowel als feitelijke verenigingen).
§ Principe van de transversaliteit (wet op vzw’s, fiscale vrijstelling, legaten en schenkingen,...), van de vereenvoudiging van de administratieve procedures en van het eenheidsloket.
§ Registratie (welke aanmoediging ?) é à toelating (welke straf ?)
§ Principe van de proportionaliteit
§ lokaal à nationaal, hoogte van het opgehaald bedrag, proximiteit of aantal benaderde personen; voor deze vragen kan men zich inspireren op het KB van 1823
§ proportionaliteit volgens de grootte van de vereniging (overeenkomstig de indeling binnen de nieuwe wet op de vzw’s ?!).

4. Moeilijke definities

Ons voorstel, dat in het laatste hoofdstuk verder ontwikkeld wordt, betreft de instelling van een "Register voor de oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking ", gekoppeld aan een "Commissie voor de oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking ".

§ De definitie van het voorwerp van dit wettelijk kader, dwz. de regelgeving van oproepen tot "vrijgevigheid van de bevolking", moet verenigbaar zijn met het stelstel van de publieke vrijheden. De definitie kan immers een belemmering betekenen, niet alleen voor de activiteiten van verenigingen die een "goed doel" nastreven, maar ook voor de uitoefening van de vrijheden die door de grondwet zijn beschermd .

§ Om ons niet te verliezen in een juridisch-terminologisch kluwen, pleiten wij ervoor op geen enkele wijze te raken aan deze "ruimte van vrijheden" (zie onderstand schema) door het instellen van een "ruimte van solidariteit en vrijgevigheid", welke inhoudt zich te laten registeren als vereniging die beroep doet op de vrijgevigheid van de bevolking, met een "altruïstische" doelstelling, op basis van een vrijwillige en uitdrukkelijke keuze.

Schematisch

Ruimte van solidariteit en vrijgevigheid § Register voor oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking§ Commissie voor oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking § Vrijwillige en uitdrukkelijke keuze§ Plicht tot transparantie§ Rechten en gunstvoorwaarden

Ruimte van vrijheden § Grondwettelijke rechten Een aantal geldelijk middelen niet ontnemen aan diegenen die zich al dan niet wensen te verengingen.

§ Zouden in geval niet onder de definitie vallen van oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking :
§ collectes die uitsluitend georganiseerd worden in plaatsen voor het houden van erediensten;
§ oproepen die door rechtspersonen georganiseerd worden uitsluitend onder hun leden oproepen die door rechtspersonen georganiseerd worden uitsluitend met het oog op het werven van nieuwe leden (met de notie "lidmaatschapsbijdrage" in plaats van "gift").

§ Wat betreft tombola’s en loterijen met liefdadig oogmerk, momenteel door specifieke regels bepaald, zou men kunnen overwegen om een voorafgaande registratie op te leggen.

5. De kwestie van de rechtspersoon

§ De 3 aangehaalde wetsvoorstellen hadden tot doel de erkenning te beperken tot rechtspersonen zonder winstoogmerk (vzw, stichting, internationale vereniging). Wij delen deze bekommernis. In zijn advies van 1993 heeft de Raad van State evenwel ernstig voorbehoud gemaakt met betrekking tot dat voorstel .
§ Vanwege onderscheiden kwalificatie, hierboven uiteengezet, van oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking (ruimte van solidariteit en vrijgevigheid) tegenover het werven van middelen die deze nota niet inroepen (ruimte van de vrijheden), hebben wij allicht deels op de bezwaren van de Raad van State geantwoord.
§ Overigens zou het onverstandig zijn om deze voorwaarde, zowel als het geheel van de registratieprocedure, op te leggen aan alle initiatieven van lokale of punctuele aard of van beperkt financieel impact.

Als we de procedure extrapoleren,

§ zou een groep van drie burgers die zich solidair verantwoordelijk verklaren hetzij een feitelijke vereniging, zich kunnen laten registreren;
§ op gemeentelijk of provinciaal vlak ;
§ volgens dezelfde principes (identificatie, verantwoording van het voorwerp van de aanvraag, transparantie,...).

Tenslotte is zulke registratie in het federaal Register eveneens te overwegen voor private burgers voor punctuele oproepen.

6. Register en Commissie voor oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking

Ons voorstel slaat dus op de oprichting van een "Register voor oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking", gekoppeld aan een "Commissie voor oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking".

§ De verenigingen maken de vrijwillige en uitdrukkelijke keuze zich te laten registeren als vereniging die beroep doet op de vrijgevigheid van de bevolking ten voordele van een "altruïstisch" doel.

§ De Commissie aanvaardt al dan niet de registratie, zich daarbij baserend op de statuten van de vereniging (die duidelijk en expliciet moeten zijn in de omschrijving van het statutair doel en van de middelen om dit te realiseren) en , als dat niet zou volstaan, op het precieze doel van de oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking, zoals geformuleerd in de aanvraag tot registratie. De moeilijkheid voor de Commissie zal er dan ook in bestaan het onderscheiden karakter van belangeloosheid of altruïsme van een fondsenwerving te appreciëren in vergelijking met een gewone werving van middelen noodzakelijk voor de uitoefening van de vrijheid van vereniging en de realisatie van het statutair doel van de vereniging, met dien verstande dat de afwezigheid van een winstoogmerk niet volstaat om dit onderscheid te maken. Altruïsme zal doorgaans gekenmerkt worden door een notie van overdracht of transfer (naar begunstigen extern aan de vereniging) van het algemeen belang (hoe anders domeinen verantwoorden als cultuur, onderzoek, natuurbescherming of respect voor mensenrechten ?), met een ganse reeks van mogelijke varianten...

§ Dit vrijwillig gekozen statuut zou zowel plichten inhouden (neerlegging van documenten ter identificatie en transparantie) als rechten of voordelen, bijvoorbeeld : de fiscale vrijstelling (onder bepaalde voorwaarden en voor de erkende actiedomeinen); een voorkeurtarief voor successierechten (idem voor schenkingen); een voorkeurtarief BTW (voor alle producten uitdrukkelijk verbonden aan een oproep tot vrijgevigheid van de bevolking), voorkeurtarieven bij de post...

§ Elke registratie zou een bepaalde tijd geldig zijn, maar de duur zou gevoelig kunnen variëren (bv. van 1 maand tot 10 jaar) naargelang de aard van de aanvraag of van de vereniging.

§ Het Register zou vooral een referentie gegevensbank zijn, toegankelijk voor de burgers-schenkers en voor de overheid. De registratie zou kunnen vorm gegeven worden door een registratienummer dat de verenigingen zouden moeten aanbrengen bij alle communicaties bestemd om beroep te doen om de vrijgevigheid van de bevolking.

§ De Commissie zou samengesteld zijn uit vertegenwoordigers van de bevoegde overheden, uit experten en uit vertegenwoordigers van de verenigingen en van de consumenten.

§ De Commissie zou bevoegd zijn voor :
§ de validering van de registraties;
§ de appreciatie van de criteria die bij wet zijn vastgelegd;
§ het onderzoek naar de neergelegde rapporten en documenten;
§ eventuele sancties in geval van het niet respecteren van de verplichtingen;
§ het onderzoek en de behandeling van eventuele klachten.

§ Twee types van dossier zouden bij de Commissie moeten worden neergelegd teneinde als basis te dienen voor de registratiefiche die voor elke vereniging zou worden opgesteld :

§ Een basisdossier die de eerste aanvraag tot registratie van een vereniging vergezeld en die vooral slaat op de identificatie en de rechtspersoonlijkheid, op de verantwoording van de aanvraag (statuten, doelstelling van de oproepen), alsmede op de vereiste jaarrapporten met betrekking tot het jaar van indiening.

§ Een jaarlijks rapport, dat ondermeer zou omvatten :
· de exploitatierekening
· de jaarbalans
· het percentage van de uitgaven besteed aan de hoofddoelstelling (ozals gevalideerd bij de registratie) in verhouding tot het totaal van de uitgaven
· details van kosten voor oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking
· details van inkomsten voortkomend van oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking
· het percentage van kosten voor algemeen beheer

§ Deze neerleggingsplicht zou moeten stroken met het proportionaliteitsprincipe van de grootte van de verenigingen, alsmede met het principe van de transversaliteit en van het eenheidsloket (geen bestaande verplichtingen verdubbelen, cfr. wet op vzw’s,...) .


Bijlage 1

Deze nota bevat een vluchtig overzicht van de Belgische wetgeving die van toepassing is op de verschillende vormen van oproepen tot vrijgevigheid van de bevolking. De vormen die wij hebben weerhouden zijn : collectes, verkoop met filantropisch doel en loterijen. Geen enkele van deze teksten bevat een precieze definitie van oproep tot vrijgevigheid van de bevolking.

I. COLLECTES

1. KB van 22 september 1823
Is enkel van toepassing op collectes in kerken aan huis. Collectes op de openbare weg en op openbare plaatsen vallen niet onder voornoemd KB. Geen wettelijke definitie van collecte.
Voorbereidende werkzaamheden, doctrine en jurisprudentie kunnen geraadpleegd worden.
De Belgische pandecten definiëren collectes als "actie om handgiften te vragen en te ontvangen, hetzij ten voordele van de armen, hetzij ten voordele van een religieus, politiek, wetenschappelijk of literair werk".

Collectes onderworpen aan een voorafgaande toelating :
-  Aan huis met liefdadige doelstelling om rampen en ongelukken te lenigen
Termen "rampen en ongelukken" worden niet gedefinieerd.
Evenwel :
§ Cass. 15 juni 1999 "par collectes pour adoucir les calamités ou des malheurs, il y a lieu d’entendre les collectes de bienfaisance à savoir les collectes qui font appel à la compassion afin de recevoir des dons pour adoucir des calamités ou des malheurs".
§ Circ. 9 augustus 1975 betreffende collectes aan huis : "Les termes calamités et malheurs doivent être entendus dans le sens le plus large et comprendre toutes les infortunes qu’ont pour fin de soulager les collectes organisées dans un but charitable".
-  Ten gunste van oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers
Het College van burgemeester en schepenen kan de toelating enkel verlenen op aanvraag van het Nationaal Instituut.

Collectes die niet onderworpen zijn aan een voorafgaande toelating :
-  Collectes op de openbare weg en op openbare plaatsen
Geen enkele wettelijke beperking.
Ondergeschikt aan het administratieve politionele bevoegdheid van de gemeenten, zoals voor elke manifestatie die zich afspeelt op de openbare weg (zonder controle a posteriori).
-  Collectes georganiseerd door erkende vroomheids- of weldadigheidsinstellingen in gebouwen bestemd voor uitoefening van de eredienst of aan huis
Collectes georganiseerd door OCMW’s of kerkfabrieken zijn nooit onderworpen aan een toelating.
-  Collectes met een ander doel dan weldadigheid (aan huis of elders)
Voorbeeld : voor vermakelijkheid, wetenschappelijke, literaire, politieke, filosofische, religieuze doelstellingen...
Indien op de openbare weg : aan het administratieve politionele bevoegdheid van de gemeenten (zonder controle a posteriori).

Toelating :
De bevoegde administratieve overheid volgens de "rationae loci" :
-  Het College van burgemeester en schepenen in een gemeente
-  De bestendige deputatie: meer dan één gemeente
-  De executieve van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : meer dan één gemeente het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
-  De Koning (Min. Binnen. Zaken) : meer dan één provincie

Gemeentelijke toelating
Modaliteiten voor indiening van de aanvraag : KB van 22.09.1823
Voorwaarden :
§ vzw , sedert tenminste 5 jaar
§ Identiteit van de organisatoren
§ Doel van de collecte
§ Verklaring : de opbrengst van de collecte bestemd voor nagestreefd doel
§ Betreffende periode en territorium
§ Aard van de collecte
§ Schatting van kosten en baten
§ Bilan van de voorbije twee jaren
§ Toelating geldig voor één jaar
§ Resultaat moet 75% bedragen van ingezamelde som
§ Rekeningen en resultaten van de collecte voor te leggen aan de overheid die de toelating verleende

Voor "grote werken" die officieel erkend zijn : Kind en Gezin, FBC, Oeuvre Nationale de Défense contre la tuberculose, advies bij de departementen onder wiens toezicht deze vallen of die belang hebben bij hun activiteiten.

Provinciale toelating
Afgeleverd indien de vereniging haar zetel heeft in de provincie.
Controle op de toewijzing van de ingezamelde gelden.

II. VERKOOP MET FILANTROPISCH DOEL

§ Wat van 25 juni 1993 (art 5) betreffende de uitoefening van leurhandel en de organisatie van openbare markten
§ KB van 3 april 1995 betreffende de uitoefening van leurhandel en de organisatie van openbare markten, gewijzigd bij KB van 29 april 1996 en 30 april 1999
§ Circulaire van juni 1991 betreffende de Collectes van het Ministerie van Binnenlandse Zaken : laat opmerken dat een collecte verschillende vormen kan aannemen : de hand open houden, aanbod van lidkaarten, verkoop van diverse producten, inzamelingen van voorwerpen.

Verkoop en collecte zijn nochtans twee onderscheiden juridische begrippen, het eerste gaat immers gepaard met een tegenprestatie. De verkoop op de openbare weg zonder handelsoogmerk maar louter filantropisch, hangt af van de Minister die de Middenstand tot zijn bevoegdheid heeft. Art 5, 1° van de wet van 25 juni 1993 bepaalt dat de verkoop in kwestie niet onderworpen is aan deze wet ingeval er toelating is van de minister van Middenstand. Dus geen leurderskaart vereist.

III. LOTERIJEN

§ Wet van 31 december 1851 op de loterijen
§ Strafrecht : art 301, 302, 303, 304, 557 3°

Een loterij (of tombola) is een operatie aangeboden aan het publiek waardoor bij lottrekking een of andere winst of voordeel wordt toegekend aan een of meerdere. In principe zijn loterijen verboden. Uitzonderingen : loterijen toegelaten door de bevoegde administratieve overheid en uitsluitend bestemd voor vroomheids- of weldadigheidsacties, ter bevordering van de nijverheid en de kunsten en elke andere doel van openbaar nut.
Toelating van het College van burgemeester en schepenen, de bestendige deputatie, de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de Koning, op voorstel van de Minister van Binnenlandse Zaken.